‹ Les ancêtres flamands de BeethovenChapitre 28 sur 39 · C. Van den Broeck Ex relatio · texte numérisé non relu

C. Van den Broeck Ex relatio

Van den Broeck, 4 Feb. 1741.

Sur la première page :

Archives de Malines. — Registre :

Aen Mijne Eerw. Heeren Schepenen der stadt Mechelen,

Verthoont reverentelijck d’heer M. Van Eupen, coopman tot Antwerpen, hoe dat hij aen S' Michiel van Beethoven, coopman alhier, gelevert en vercoght heeft eene quantitijt canten van in den jaere 1739 waer van het emport beloopt ter somme van negen hondert en twintigh guldens, dertien stuyvers, een oort, courant, waervan den Reaïnt $eene voldoeninge en can becomen niettesenstaende veele minnelijcke interpellatiën daer toe aengewent, ende also den selven van Beethoven nu tsedert jaer ende dagh is absent $geweest sonder dat men weet waer hij hem is onthoudende, en de dat den selven alhier binnen dese stadt is hebbende eenige huijsen die men bedaght dat den selven soude connen vercoopen ofte belasten in prejuditie van den Rent omme waeraen te voorcomen den Rem‘ sijnen toevlught nemt tot Uel.

Oetmoedelijck biddende gelieve gedient te wesen aen den Remt te verleenen permissie van arrest ende interdictie ter secretarije van alhier van niet te staen over eenige goedenisse belastinge ofte veralienatie van de voors: huijsen op pene als naer reghte. D. Di. etc.

Regt voor d’heer M. Van Eupen, coopman

supint tegens Michiel van Beethoven.

Grand Conseil, Série II, no 1.

Michel van Beethoven cède son mobilier à Henri Willems

Sur la première page on lit :

12 Meert 1741. — Comparerende S' Michiel van Beethoven beneffens Jouf. Maria,

Louise Stuijckens, $gehuijsschen.

Page 3 :

Compareerden voor mij Con: Not‘, present de getuijgen naergenoemt. S' Michiel van Beethoven, beneffens Jo. Marie-Louise Stuijckens, gehuijsschen, welcke comparanten hebben

verclaert, gelijck sij doen mits desen, gecedeert ende getransporteert te hebben, aen ende ten behoeve van Hendrick Willems, Borgher alhier present ende het naer-bes® transport accepterende bij desen, te weten alle des comparantens meubelen ende effecten t’hunnen woonhuijse berustende ende bestaende in : — een garde-robe, drije tafels, twee screbaenen met hunne toebehoorten, twintigh schilderijen, twee spiegels, drije schapperaijen, een ledicant, drije bedden, drije dosijnen stoelen, twee copere brantijsers, schip ende tangh, een dosijn tenne taïlloiren, vier tenne schotelen, twee menageren, d’eene verciert met poursolains, twee hautte recken met $elaese werck. Thien paer laeckens, twee dosijne servetten, vier kussens, twee marmitten ende ketel, item eens manscleeds jupon ende broeck — alle welcke effecten soo sij comparanten rijpelijck hebben overslaegen, niet en comen te excederen de weerde van drije hondert guldens courant. Sijnde het voornaemt transport bij den acceptant aengenomen ende geaccepteert in voldoeninghe ende extinctie van ’téene de eerste comparanten aen den acceptant schuldigh g$ebleven waeren van eene somme van drije hondert guldens courant bij den acceptant, voor ende in den naem van hun comparanten betaeld aen Jouffe Anna-Clara de Meester, volgens haere quittantie van den 24 Januari 1741, staende onder sekere condemnatie volontaire van date 13 january 1741, alhier in originali gesien ende gelesen, verclaerende den voorsen acceptant daer mede voldaen te sijn, dienende dese daer over voor absolute quittantie ende dat desen transporte is $geschiet ter beste trauwe sonder argh ofte list ende geensints in prejuditie ofte frande van des comparants crediteuren, sijnde bereedt hinc ende hier over te doen hunnen deughdelijcken Eede. Constituerende ten dien fine N..…. Ne omme te gaen ende compareren voor d'Eerw. Heeren Schepenen deser stede ende alomme elders, ende aldaer téenen voors. herkennende ende vernieuwende, noode te doen den voorser eede. $gelovende + verbindende &. Actum binnen Mechelen, Present Pieter Koeiïjmans ende Matthys Verheyen als getuygen

ten desen vertooch.

Michiel van Beethoven

Marie Stuyckers Hendrick Willems dit ist marcq van — Peeter Koeymans.

dit ist marcq van “+ Matthys Verheyen.

R. De Rees, not

Archives de Malines. — Protocoles du Notaire R. De Rees, registre 1741.

Procédure de la faillite de Michel Van Beethoven

S' Peeter Steenmans, coopman alhier, als curateur ten Boedel van Michaël van Beethoven, impetrant van Brieven van daeghsel.

Tegens :

Alle ende j$elijcke onbekende crediteuren ten voornoemden Boedel, gedaen à la Bretesque doorden huissier Picard ut seripto retulit.

12 Augti 1744. Van den Broeck voor den fmpetrant leght over brieven van daeghsel bij den voorss. curateur geimpetreert in haere MajesS grooten, den 28 July 1744, geparapheert

d'Olnit, onderteekent G. ff. de Robiano met den relaese van de intimiasie ende daghement daer onder staende, gedaen door den voorn: huissier Picard den 3 deser, versoeckende dat de $emelde $ed. hunne pretentiën ten voorgenoemden Boedel sullen hebben bekent te maken op pene van eeuwigh g$eswijgh ende versteck, hen ten dien effecte dien accorderende het eerste deffaut met authorisatie tot het doen van het tweede daghement à la bretesque ende voorts als naer rechte : d'welck Mijne heeren accordeeren.

den voorn. S' Peeter Steenmans, Curateur ten Boedel van Michiel van Beethoven, Impetrant van Brieven van daeghsel.

. Tégens :

Alle ende Jéelijcke onbekende crediteuren ten voorn: boedel, $ed. per van den Broeck ut scripto constat :

29 7ber 1744, Van den Broeck, voor den impetrant, leght over de boven staende Orde met den relaese van imp’ dier daer onderstaende ende mits $geene comparatie van g$ged. accuseert tot hunne laste het tweede deffaut met authorisatie tot het doen van het derde daghement diffaut, à la bretesque ende voorts als naer rechte :

d'welck mijne heeren accorderen.

a den voorn. S' Peeter Steenmans, impetrant van brieven van daeghsel. Tegens Alle ende j$elijcke onbekende crediteuren ter voorn. boedel g$ed. per Van den Broeck. ut scripto constat.

7 8ber 1744, Van den Broeck voor den impet. leght over de bovenstaende ordonansie met den relaese van de miss. ende daghement dier daer onder staende, ende mits de non comparitie van de faillanten versoeckt t’hunnen laste het derde deffaut ende voir het profijt dier verpeninghe, ende voorts als bij de overgelegde brieven’ d fait verb.

Archives de Malines. — J. Judicature des Echevins, S. V, n° 62, Registre de 1734 à 1744 foli® 128.

Den voors. Impnt Steenmans Tegens :

Sr Louis van Beethoven. musicien in het cabinet van sijne hoogheïjt den Ceurvorst van Ceulen, tot Bonn, g$ed® à la bretesque door den huissier Picard.

12 Augti 1744. Van den Broeck, voor den impet, verclaert hier voren fol. 128 overgelegt te hebben brieven van daeghsel tegens alle de ghene die bij copie ende à la bretesque aen den ged® sijn $einsinueert blijkende daer van bij het relaes op de voet dier staende versoeckende dat den ged® syne pretentien ten voors. boedel sal hebben bekent te maecken als bij de selve brieven op pene van daer van te vervallen ende versteck, hier op onse ordi versoeckende met authorisatie op alle publicque persoonen tot het doen der ins.

eodem die M. H. ordonneren den gede ad primam syne pretenties bekent te maecken op pene van versteck. salva niss. authoriserende alle publiecque personen tot het doen der selve.

23 7ber 1744. Van den Broeck leght over de boven staende ord: met den relaese van niss. dier daer onderstaende ende mits geene voldoeninghe versoeckt naerdere met authorisatie op alle publique persoonen tot het doen der inss.

eodem die M. H. ordonneren den ged® ad primam sijne pretentiën bekent te maecken op pene van versteck van nu voor als dan, salva niss. authoriserende alle publique persoonen tot het het doen der selve.

7 8ber 1744. Van den Broeck leght over de bovenstaende ord. met den relaese van de ins., ende daghemente daer onderstaende ende mits alnoch g$eene voldoeninghe, versoeckt decretement der pene by de selve ord. $gecommineert ende voor’t proffjt van dien dat de saecke sal $ehouden worden als bij de overgeleghde brieven. d fait verb.

Archives de Malines. — Judicature des échevins, S. V, n° 62, fol. 129 v. Registre de 1734 à 1744.

Den voors. Imprt Steenmans

Tegens :

Sr Cornelis van Beethoven, coopman tot Bonn, ged® à la Bretesque door de huissier Picard.

Le reste est formulé comme pour l’assignation de L. van Beethoven.

Archives de Malines. — Ibid. fol. 130 R°.

Protocoles des Séances du Chapitre de Saint-Pierre à Louvain

Die Veneris 2 Novembris 1731.

Habitum fuit capitulum Extraordinarium, in quo resolutum fuit, insinuandum esse Dno Phonasco per secretarium capituli in scriptis quod sequitur : ut indilate suis expensis ponat substitutum vel substitutos, a capitulo approbandos, qui ex integro satisfaciant obligationibus dicti Domini Phonasci tam in choro (non tantum musica sed etiam pro cantu Gregoriano) quam in Odeo et domi suae pro instructione choraulium (si id ultimum per se facere non possit) conformiter conditionibus ipsius admissionis, idque ad Trimestre, ad videndum an sit spes talis convalescentiae, ut per se ipsum possit satisfacere omnibus functionibus suis.

Quod secretarius praestitit, et praefatus Ds. Phonaseus respondit quod exhibebit libellum supplicem, et hoc hodie si possibile sit tradendum in manibus amplissimi D. Decani, quoad vero Trimestre, quod ipsi praescribitur, se tune visurum quid juris et consilii.

Quod attestor

J. N. Grauf, secret.

Item proposuit A. D. Decanus, cum jam dudum vacaverit locus Tenoris in hac ecclesia, ad quem se praesentavit nunc Ludovicus van Beethoven, an placeat DD eundem admittere, et DD eundem admiserunt sub conditionibus ipsi praescribendis ita ut non censebitur in posses-

sione ejusdem officii constitutus, nisi postquam easdem conditiones acceptaverit et subsignaverit.

IT Die Veneris 9 Novembris 1731.

Praelectus fuit libellus supplex D. Phonasci tenoris sequentis.

Amplissimo Eximioque D.D. Decano Caeterisque Venerabilibus D.D. Canonicis insignis et Collegiatae Ecclesiae Sti Petri Lovanii.

Exponit qua par est Reverentia Ludovicus Colfs Phonascus quomodo sibi per D. Secretarium Capituli insinuata sit resolutio Amplissimi Venerabiliumque D.D. Canonicorum, per quam exponenti injungitur ut juxta conditiones admissionis suae substituat aliquem qui vfce sua in praedicta Ecclesia, et domi (si opus sit) fungatur : cum autem neminem ad ea praestanda magis idoneum quam LUDOVICUM VAN BEETHOVEN, hinc eundem in substitutum designat,

Humillime rogans Amplissimum Venerabilesque D.D. Canonicos, ut eam substitutionem

approbare dignentur Quod faciendo &c.

Page 1