CORNET
35 — Le poète J. Cats et sa petite-fille à Zorgvliet.
Wij sitten ' wederom daer wij te vooren saten , Wij sien ons wijngaertranck en onsen vijgeboom , En 't is aen raijn gemoet gelijck een soeten droom. Nu stel ick heden vast niet meev te sullen reijsen , Maar efter evenstaeg op mijn vertreck te peysen : Vertreck van Sorrigvliet en uyt het aertsche dal, Daer geen benaude sorg ons meer vermoeyen sal.
J. Cats. Twee-en-tachtigjarig leven.