‹ L'histoire des Provinces-Unies, des Pais-Bas. PublChapitre 25 sur 61 · N\ XXV · texte numérisé non relu

N\ XXV

(Voir page 305.)

Résolution des Etats de Hollande du 30 Juillet 1650.

Il den Raadpensionaris uit de Yergaderingc ontbooden, en veragt te kootnen by sjjne Hoogheid, dewelkc opgestaan, na booven gui», en eenigen tyd daar na wedergekeert zynde, heeft gerefercert, àt sijne Hoogheid hem na eenige voorgaandc discourssen, heeft vcrbflJd, dat hy heeft gedaan arrcsteeren en in seekerhcid houden ses périrai oit de Vergaderinge van haar Edele Groot. Mog., te weeten, de Heer de Wit, de Burgermeester de Wael, de Fcnsionaris Ruyl, de Heer Duyst van Voorhoud, de Heer Keyser en de Heer Stellingwerf. Dat hy ordre hadde gegeeven, dat op middag hier k 'iGravenhage sonden aankoomen vyf Compagnien Collonellen. Dat fcj sjjn Guarde hadde verdeeld in de Kortegarden omtrent het Hof. Dkt hy na de Stad Amsterdam, onder het belcid van sijn Exe. Stadtoider, hadde doen marcheercn notabelc trouppes te Paard en te Voet, waœkende hem Raadpensionaris van het gunt voorsz. is notifîcatie te doen aan haar Edele Groot Mog. . Dat hy Raadpensionaris na eenige fannsen daar op gevallen, van hooggedagto sijne Hoogheid hadde woogt te verstaan de intentie van deselve, ende wat liy Raadpenfam, beneevens de voorsz notifîcatie, de Vergaderinge van haar We Groot Mog. van weegen sijne Hoogheid soude hebben voor te fagot. Dat meer welgemelde sijne Hoogheid in substantie daar op Ude géant woord, dat hy Raadpensionaris jegenwoordclyk nict anfa soude doen, als het gunt voorsz. is, ter Vergaderinge notificcren, * dat hoogstgedachtc sijne Hoogheid sijne rcedenen ter voorsz. mate» dienende, daar na schriftelyken soude overleevercn. Dat hy Raadffaonaris ten laatâten verklaarde, dat hy om de versogte notiûcatie Ift en omstandelyk te moogen doen, versogt bet gunt voorsz. is, Il de mond van sijne Hoogheid op het Papier te mogen slellen. Dat ♦* Hoogheid daar op in de Galdcryc gaande, Pennen, Inct en Papier •dfc haalde, ende dat hy Raadpensionaris uit de mond van sijne Hoogheid de gedaanc openinge in substantie geschreeven hebbeude, daar feede na beneeden is gegaan.

Waar op zynde gedelibereert, en de présente Leeden alvoorens fe adviseren, noodig oordeelende van ailes rapport te doen aan liaare topective Principaalen,

Is goedgevonden, dat de Vergaderinge sal blyven gecontinueert. Dit de Leeden eenige, of iemand uit den haaren sullcn laten, omme Je Vergaderinge te bekleeden. Dat de respective Principaalen op het

alderernste sullea werden vereogt, in deese gantsch onfenrigteet perplexe saaken, te denken op soodanige expedienten, als ten netifci dienste van den Lande, in deese jegenwoordige constitatie, nfla dienen te werden in het werk gesteld. Dat de Heeren na baare Prit ci païen vertrekkende, op Maandag avond, is het doenlyk, sig in den Hagc sullen laatcn vinden, omme te doen als ten dienste van den Lande sal bevonden werden te behooren; es m gevalle sijne Huogheid eenige nader openinge schrifteiyk of aida* komt te doen, dat het selve de Leeden in aller yl sal werden tafT sonden" etc.

Page 1