I- \ 1 II
Mu ki la wa nge , en men antwoordt) bam ba la (2)
of nog
Ba na ba ki te nye (Us) ki yon ga lu fu, lu fu ka Iwi-
yongwanga uf we ! wa fwi li li la fwi lili la ! (3)
(1) Mboko is een vrucht, hebbende eenen krulsteert. Zij zeggen dus : < le ! le ! le ! gaan gelijk den mboko ».
(2) De steert van den Luipaard, hebbende een krul en nog een andere krul om te plooien... de steert van den Luipaard... enz.
(3) Kinders van Kitenye, Kitenye gebaart zich dood ; de dood wordt niet nagebootst; dat hij sterve; en hij sterft geheel en gansch (waarlijk).
Bahiba. Congo, E, a, i32.
JQO —
Bij het uitspreken van dit laatste woord : fwililila, laten zij zich op den rug vallen.
Na eene poos, wordt de rei hermaakt, juist als daar zooeven en allen trekken op naar het een of ander huizeken.
« Lolo wetu ! 0ns Moederke ! » roepen zij te gelijk : « besproei ons toch met vuil water, al ware het water waarin de afschrabsels van uw broodwortels hebben gelegen, of zelfs water uit de pijp ! »
Lolo wetu Ka bon go la (i)
Lolo wetu » »
Mwange twima » »
Nansi twa bikutyu » »
Nansi twa bikolwelo » »
Nansi twa mu ntonga » »
Stillekens schuift het deurken weg en... « Daar hebt gij het ! » roept het vrouwke en 't besprengt ze met water. Al die snaken vliegen uiteen, zoo vlug als de musschen, al schaterlachen en gekken, maar komen dadelijk terug, om het nogeens te hergaan bij een ander huizeken.
2^ Rondendans en lichaamsoeîeningen !
Zij staan daar nu, hand in hand, en vormen eenen kring. Midden in staat er een onder hen. Hij verbeeldt : « Nsulu » (soort van groote rat) en moet zoeken uit den kring te vluchten. Maar, waar is 't beste gaatje ? De « rat » gaat dus van hand tôt hand, riekt, snuffelt en... na een mooi komplimentje voor iedereen, b. v. : « Gij riekt niet goed..., gij riekt naar olie... gij naar dit... en
(i) Kabongola is een eigennaam.
BALUBA
(Congo.)
E, 132 [suite).
gij naar dat... » gaat de rat weder te midden staan. De kring komt in beweging en de rondendans begint. De rat nu zoekt uit te kruipen, zij springt nu hier nu daar, in de hoop de armen te kunnen losrukken. De jongens intusschentijd zingen en herzingen :
Nsulu pita kwe, nsulu pita kwe... (i)
Geraakt de rat los, alien loopen haar na.
Na een poosje, komen zij allen te gader en vormen een nieuwen kring.
De rechter hand op de linker knie van den eenen makker, en de linker hand op de rechter knie van den anderen makker, springen de jongens en dansen in ronde al zingen :
Man ke ka Li so lya Lya sa ba
ma la la syobe likenga na lyo
nsim bi lé ma likéle {2]
Op het einde van 't liedje roepen zij :
Ko ko la
(1) Nsulu, alwaar zult gij doorkruipen ?
(2) Nsimbi snijdt lange, smalle riemen ; het 00g van uw vader (waarmede hij ziet) om den kikele (een soort visch) te stekken, ziet klaar.
(3) Klapt in de handen.
Baluba. Congo, E. a, 1Z2,
op dien oogenblik laten zij de knieën los, en gedurende een korte stonde, kletsen zij malkander in de handen ; grijpen dan weder de knieën vast en dansen voort in kring, maar averechts. Zij zingen :
Zyokela malala nsimbi (i)
Zooals men zien zal, veranderen stillekens aan de tooneelen.
De wreef van den rechter voet hakken zij nu om het linker been van hunnen makker, een weinig boven de knie, springen, klappen in de handen en zingen :
Mutanta wa lolo (en men antwoordt) mutanta
Mutanta yo lele ! »
Mutanta mutalika »
Mutanta yo lele ! »
of nog slaan op de schouders van hunnen makker gedurende het stroofje.
Kibu kyasuma kyalamata
Zie hoe zij het nog vermoeih'jken, zonder zelf de rechter voet van plaats te veranderen, zetten zij zich neder, zij shngeren de armen boven de hoofden en beweren in hunnen zang dat er niemand is die over hen springen zal :
(1) Herbegin (keer weder) nsimbi, snijd lange smalle riemen.
(2) Mutanta beteekent een vooruitgesteken been. Yo lele is eene uitroeping.
Mutanta wa lolo... Yo lele.
Mutanta is uitgesteken... Yo lele.
De vlieg kibu stekt en blijft zitten.
— jo3 —
BALUBA
(Congo,)
E, 132 {suite).
Kahitaho nlyoba, nlyoba (i)
Hij zal er niet passeeren, over nlyoba, nlyoba.
T is gewaarlijk inderdaad het te wagen. Al die armen zijn gereed om den onbezonnen bij de beenen te trekken en te doen vallen.
Wilt ge nog wat meer ? Wacht een oogenblikje dat zij eerst opstaan :
Tutaluke tukalye nlyoba
Laat ons opstaan, dat wij nlyoba eten.
De eerste van de bende plaats nu zijn linker voetzool boven op zijn rechter knie en vormt zoo eenen dreihoek. De eerste opvolgende makker hakt de wreef van zijn rechterbeen boven op dien dreihoek, zoodat de huit van zijn rechterbeen naar boven is gekeerd. Over die kuit, hakt de volgende makker zijn rechter voorvoet, en zoo doen ze allen de een na den andere. In deze houding springen zij in ronde en zingen :
Tuimikeyo misungo ya Ngoya
Zetten wij de puntige lansen van ngoya recht !
(i) Fruit boom uit de streek.
Baluba. Congo, E a, i32.
Die moeilijke toeren worden gesloten met een rondedans, dien zij dansen hand in hand met begeleiding van 't liedje :
Kifumbe wa kifumbe Kifumbe van kifumbe
en als slot roepen zij :
Kifumbe wangala mitabi (i)
kifumbe strekt zijn takken uit over mij
Mwendayi Gaat
en
keert
muzyokela weder
en draaien zoo rap en zoo vlug dat zij eene hoofddraaing krijgen en omver vallen.
'T is gedaan. De vermoeidheid zit in de beenen. De jongens moeten nederzitten en rusten, maar voor niet lang.
3° Duikerspel !
Wie speelt er mêe : « ndale wa ndale? » !k... ik... ik ook. Zij zijn 't akkoord.
Zonder veel beslag en ruzie kruipen zij de eenen tegen de anderen, dicht tegeneen gesloten en de beenen vooruit. Jantje en Pietje mogen er niet bij, zij hebben ernstiger werk te verrichten.
Een liedje vangt aan :
Ndale wa ndale wa ndale wa lya Katole ndale (2'
C i) Kifumbi is de naam van een boom en ook van een afgod. (2) Ndale van ndale van de moeder Katole ndale.
BALUBA
(Congo.)
E, 132 (suite.)
Intusschentijd neemt Jantje èen stokje, oî iets in dien aard, en verbergt het onder de beenen der gezetenen. Ten einde aile vermoeden te ontgaan steekt hij de hand onder al de beenen, en roept : mbalakatyamba, mwana hali ani (1).
Aan Pietje nu te raden waar het stokje mag verscholen zitten.
Mwana... hali... hali... (Het kind... is... is bij...)
Raadt hij het, dan roepen ze allen te gelijk : Je ! ! babutula kakomo (2) en een andere makker komt Pietjes plaats innemen.
Raadt hij het niet, dan roept men gekkend : Je ! ! babutula kabole (3) en Pietje moet opnieuw beginnen.
Na eenige malen wordt het stokje weggesnieten ; men staat recht en men duikt de handen achter den rug. lemand brengt een brandende kool en legt die in de handen van den eersten der rei. De kool wordt geschoven van hand tôt hand en men zingt :
1 — ii-
Yo Ka
eyo kali
eyo kwabo
kalilondo
(1) Mbalakatyamba, bij wien is het kind ?
(2) Ye ! ! hij heeft een gezond kind ter wereld gebracht.
(3) Ye ! ! hij heeft een rot kind ter wereld gebracht.
(4) Ja, ja een koolke, 't is daar, achter u dââr zie, dââr is 't !
Baluba. Congo, E, a, i32.
— yo6 —
Refrain
Ku nvuma
yobe
Kako keko »
Spelen vermoeit. De jongens worden het gewaar, ze zullen nog eens «Kabanze ka nkuni» spelen en daarmede gedaan maken. Zij staan nog altijd in eene rei, maar nu rusten zij met den rechter arm op den linker schouder van hun makker. De eerste der rei neemt eenen stok, loopt eenige stappen verder al zingen :
Ka ban ze
en zijne makkers antwoorden :
Ka nkuni (i)
Terug gekomen bij zijne makkers, overgiet hij iedereen en met zijn stokje slaat hen licht op het hoofd, zeggend :
Mbala
site.
(i) Kabanze van 't hout.
BALUBA
(Congo.)
E, 132 {suite.)
en men antwoordt :