EN
(Voir p. cxxxv.)
Upten vyffden Augusti a° xvc vyerentnegentich heb le Notaris publyck by den hove van Hollandt geadmitteert, binnen Leyden residerende metten twee ondergeschreven getuygen mij selven, met en ten versoucke van Thomas de Vechter lettergieter laeten vinden aen Loys Elsevijer, den welcken die voors. de Vechtere maende betaelinge van twee distincte wisselbriefgens, deen inhoudende sessentzeventich
(1) C’est-à-dire les Secrets d'Alexis Piemontoys et les Epistolœ Ciceronis.
gulden x st. van Jan Morentorff, en dander tsestich car. guldens van Gillis Beyts, hem met een affvragende off hy die nyet ontrent vyff weeke geleden heeft geaccepteert, antwoorde de voors. Elsevijer seggende, nae vele ongebonden woorden, al had ic tgelt daer opte taeffel liggen wil ict u persoons nijet betaelen, ic bekense geaccepteert te hebben en ic accepteerse noch, dan beyt acht oft thyen dagen tôt dat Gillis myn soon vuyt Vrieslandt gecomen sal syn, dien ick aile dage verwachte. Tegens welck dilaye ende weygeringe die voors. de Vechtere protesteerde van allen costen, schaeden ende interesten. Van meeninge synde de zelve wisselbrieven tzynen laste te rugge te seynden.
Gedaen aldus binnen Leyden op Rapenburch in den winckele van den voors. Elsevyer, in presentie van Hans Wouters en Jacques de lettergieter als gelooffel. getuygen hyertoe versocht en gebeden.
In veritatis testimonium.