G. GAGE A ENDYMION PORTER
Londres, 20 février (2 mars) 1629-30.
Monsieur,
Je suis allé deux fois chez vous pour vous voir et vous dire que Monsieur Rubens part très satisfait de la faveur et de Taffection que vous lui avez montrées et qu'il prend vivement part aux afflictions que Dieu vous a envoyées. Tous deux nous es'pérons que maintenant votre santé s'est beaucoup améliorée, ce qu'il me sera très agréable d'apprendre, de même que je serai heureux chaque fois que je pourrai me montrer
Votre très aj0fectionné et humble serviteur.
Ce samedi matin. G. Gage.
A mon honorable ami, M^ Endymion Porter.
COMMENTAIRE. 2marsi63o.
G. Gage. Voir sur Gage la note Tome II, p. 90.
Endymion Porter. Endymion Porter était un des valets de chambre du roi (one of the grooms of his Ma*^* bedchamber). Il jouissait de la confiance de son maître, qui l'employa spécialement dans les négociations avec les artistes. Le 25 mai i623, le roi lui accorda une pension annuelle de 5oo livres sterling. Les condoléances que G. Gage lui adresse se rapportent à la mort d'un enfant.
DCLXIII
JOACHIMI AUX ÉTATS GÉNÉRAUX DES PROVINCES-UNIES. 5inarsi63o.
Hooge ende Mogende Heeren,
Mynheeren, eene onvenvachte sake geeft my subject om desen aen Uwe Hoog Mogende te scriven.
De schilder Gerbier is desen naermiddagh gecomen aen mijn logement ende heeft gesegt dat monsieur Rubbens, die mede in het dorp was, mij begeerde te begroeten voor sijn vertreck ende sekere sake te recommanderen ; hij heeft al over eenige dagen sijn afifscheid van den coningh ende van de coninginne ende meent morgen te vertrecken. De voors. Rubbens met Gerbier voors. gecomen sijnde, droegh voor dat seker schip van Duinkercke aen Engelant gestrand sijnde, het volck twelck daerop v^as bij de Engelsche overgelevert is aen de schepen van oorloge van Uwe Hoog Mogende ende vervoert tôt Rotterdam ten getaele van dertich persoonen, die aldaer seer qualick werden getracteert, soo sijlieden hadden te kennen gegeven ofte laten gheven aen don Carlos Coloma, ende versocht dat ick wilde scriven aen de heeren van het collegie ter admiraliteit tôt Rotterdam, ten eynde de voors. Duynkerckers, voor soo vêle als van henlieden noch in leven sijn (want eenige waeren gestorven van ongemack, soo aengegeven was), mochten werden ontslagen, oock voor het besluyt van de handelinge op de verlossinge van de gevangenis van wedersijden, daermede men doende is, sonder dat hij eenige naerdere specificatie dede, waer, wanneer ofte met wat
5marsi63o. schip de voors. Duyiikerckers waeren gestrand, ofte door wye ende aan wye sijlieden sijn overgelevert. Daerop ick hem heb geantwoord dat ick van die advertentie niet heb gehoort, hoewel ick meene kennisse te hebben van aile de schepen die de onse binnen een jaer herwaerts hebben doen stranden op de custen van Engelant, ende dat ick ook niet konde gelooven dat de gevangene van d andere sijde reden hebben om te claegen van het quaed tractement, twelck henlieden in Hollant in de gevangenissen werd aengedaen, doch alsoo de gevangenen gerekent werden onder de miserabele personen ende haere sake daarom favorabel is, dat ick desen aangaende wel cens soude scriven aen de gemelde heeren van het collegie van Rotterdam : daerover hij mij danck seijde, ende beloofde dat hij des versocht sijnde mij in gelijcke sake mede alsoo soude bejegenen. Waernaer is hij gevallen in propost van verscheidene saken, als van het bederff van het platteland van Brabant, van sijn emploi ende kennisse van den hertoge van Buckingham, van de goedheit van de infante, van de goede qualiteiten van den coningh van Spaegnien ende desselfs reyse naer Saragossa met sijne suster, item van de commissien van Peckius omtrent het eynde van den trêve, mitsgaeders van de expeditie van den cardinael van Richelieu, ende mengde onder de proposten ende discoursen dat de Spaegniaerden den vrede met Engeland seker sijn, als sij maer willen, alsoo hij gesien heeft dat Cotinton bij sijne instructie last heeft om dien te besluyten, daerbij hij noch voechde dat van dese sijde eenen stilstant is versocht, ende dat de laetste courier had tijdinge gebracht datter hope is van goed succès, ende dewijle aen Uwe Hoog Mogende gheene communicatie is gedaen van de instructie van Cotinton, soo hij seijde, soo wilde hij gelooven dat Uwe Hoog Mogende niet souden laten voort te gaen in de handelinge met den coningh van Spaegnien, sonder te letten op den coningh van Engelant. Ick heb onbeantwoord ende ongedebatheert gelaten hetghene dat hij had gesegt van de sekerheit van den vrede met Engelant, ende op het vordere hem bejegent met een vrage off hij meent dat bij soo verre als Engelant yet wat had gedaen buten het contract, Uwe Hoog Mogende daerom van het contract souden wesen gelibereert : daerop eenige sachte debathen gevallen sijn ende is dat propost daerbij gebleven. Lestelick, naer dat
hij veel verhaelt had van de goede qualiteiten van mijnheere den 5marsi63o.
prince van Orangien, ende dat hij d'eere had van gekent te wesen
van Sijne Excellencie, heeft hij versocht dat ick, aen deselve scrivende,
soude vermelden de aenbiedinge van sijnen willige.n ende genegen
dienst, soo veel als met eere ende ede kan bestaen. Ik vermoede dat van
sijn eerste voorstel niet en is, de waerheit daervan kan geweten werden
door de heeren raeden ter admiraliteit tôt Rotterdam, ende Uwe Hoog
Mogende kunnen naer haere hooge wijsheijt wel verstaen, wat hij met
sijne voorscreven proposten ende discoursen heeft voorgehadt.
Hiermede, mij onderdanichlijck aen Uwe Hoog Mogende gebiedende, bidde ick Godt, hooge ende mogende heeren, dat hij Uwe Hoog Mogende regieringe wil segenen.
Tôt Chelsey, den vijffden martij i63o.
Uwe Hoog Mogende onderdanichste dienaer, Alb. Joachmini.
Original, aux Archives du royaume, à La Haye. Publié par Gachard, op. cit. p. 312.
TRADUCTION