‹ L'histoire des Provinces-Unies, des Pais-Bas. PublChapitre 32 sur 61 · N\ XXXII · texte numérisé non relu

N\ XXXII

(Voir page 345.)

Lettre de Madame la Princesse Douairière aux Provinces.

Edele en Groot Mogende Heeren, besondere goede Yrunden.

lia dat God Aimagtig belieft heefb de groote droef heid en verslaamAM over het subite aftterven van den Heer Prince Willem» Un lierai Soone, hoogloffelyker memorie, eenigermaten te versagten ■i do geboorte van een jonge Prince, van dewelke de Princesse «mal op den 14 deeser geiukkelyk is verlost, soo hebben Wy niet Jtwjfclt, of U Edele Groot Mog. sullen sig daar over mit Ons eu la welgeaffectioneerde Ingezeetenen van deesen Staat particulierlyk Mm verblyd, en selfs door haare gedagten laaten gaan de iraporotie van soodanigen gewenschten succès, even als men in bekomraeige stonde, dat de Mannelyke Linic van de Doorlugtigc Princen a Orange, die de gronden deeser Regeeringe gefundeert, en haare àmnate successivelyk met soo hooge en loffelyke devoiren hebben gevoont, in deese bekommerlyke tyden soude komen te failleeren; oft te min hebben Wy onses gemoedshalven geoordeeld, niet stil te ■■an staan van U Edele Groot Mog. by desen, neffens de andere asanigde Provincicn, vrundelyk en serieuselyk te vertoonen, te rcuandeeren, en te versoeken, dat haar gelieve na haare gewooncke wysheid en voorsigtigheid in aandagtige consideratie te neemen, oneer nu de bestel linge van het Capiteinschap Generaal, soo te rnter als te Lande, en het Stadhouderschap van U Edele Groot Mog. evincie in het by sonder, in deliberatie sal werden gelegt, hoedani- ■ regnard en reflexie schyot dat genoomen soude behooren te weri op den Persoon van den gcmelden jongen Prince, ten aansien i het gcene als voorsz is, by sijne Yoorvadcrcn, onstcrffelyker mcrie, by do gemeene saake in Goed en Bloed is opgesct en betragt

gewecst, soo lange, dat door der selver gelukkige directe, Staat tôt die hoogtc van prosperiteit en aanaienelykheid dat desselfs magtige Vyanden genoodsaakt zyn geweest de Vreede te soeken, daar na de gesamentlyke Provincien hebben getitgt, * teegenwoordelyk in respireeren ; U Ed. Groot Mog. willen Wy te andermaal versogt en gebeeden hebben, in deesen de pablioqi lutien voor het tockoomende te willeu helpen formeeren op de gorit gedagtenisse van het gepasseerde, welke volgens Wy vertrouwei Hf tclyk te presumeeren sal weesen, dat uit de nieuwe Sproyte vu te Boom van Orange, even deselve Vrugten te verwagten staan, diète selfs Tronk eu Takken tôt nog toe hebben voortgebragt; in alla g* valle willen Wy hoopen, dat U EdeJc Groot Mog. dit Ont lyk vertoog en recommandatie sullen willen aanneemen, i t'eener zyde uit de cousideratie van het nataurlyk devoir, dat Wjlfc Grootmoeder deesen onmondigen Suons Soone schuldig zyn, eata^ anderen, uit de onverbreekelyke geneegentheid en affectie die Wjte welstand van deesen Staat, ten exempel van syno Hoogheid, tafi loffelyker memorie, Onsen hooggcëerden Heere en Man, altoot hebh^. toegedraagen, en tocdraagen sullen soo lange God gelieven sal Ont Ht. dit leeven te bebouden. Biddende den selveu van gantscher bertan, tt Edele Groot Mog. in het geene voorsz is, te willen inspireeres ■*■ het geene ter meester eere van sijnen heiligen naam, de eeadngttfi verseekertheid van deesen Staat, en der goede ingezeetenen sal moogen strekken; Eu voorts Ed. Groot Mog., etc. Hage den 20 Novcmber 1650.

Onder stoud, U Edele Groot Mog. Dienatwiiligo

Gctcckcnt, A m il i a P. d'Orange.

Page 1