N° XVE
Ordinnancie daermede de generaelmeesters van der munten van herwertsovere bevuelen wordt te doen slaen ende maken zekere nyewwe penningen, soe gouden, als zilvere,
volgende de selve ordinnancie.
Alzoo die landen van herwaertsovere onversien syn van cleyne munte van Conicklyke Majesteyts slage, waerduere de selve landen by den nabueren vervult wordden met quaet vuytlants paiement ende andere goude ende zilvere penningen nyet wesende van syner voirschreve Majesteyts slage ; ende zoo men geinformeert is dat de groote ongeregeltheyt ende desordre die dagelyex op tstuck van der munten gebuert principalyeken toecompt duer dien dat die voirschreve nabueren soecken tot hen te trecken alle goude ende silvere penningen van zyner voirschreve Majesteyts slage, ende die tot hoogeren pryse inde zelve vuyt te geven dan die herwertsover loop hebben, mitz welcken syner voirschreve majesteyts goede munte z00 van gout als van zilver vuyt dese landen al verbuert ende getransporteert wordt; ende want mitz dese lange ende geduerige troublen nyet mogelyck en is daer inne behoorlyck te versien, dan mit nyeuwe ordinancie van goude ende zilver penningen te maken, om geduerende dese troubelen die ingesetenen van dese landen daermede te accommoderen; s00 eest dat myn heeren van zyner voirschreve Con. Majesteyts Rade van State by Syner Majesteyte gecommitteert totten gouvernemente generael van de voirschreve landen van herwertsovere, op alles rypelycken gelet ende alle behoorlycken middelen voirgeslagen hebbende,
mit voirgaenden advyse ende deliberatie van den Eooft tresorier generael ende
gecommitteerde van zyner voirschreve Majesteyts demeynen ende financien, hebben, in naem ende van wegen der selver, geordineert ende bevolen, ordineren ende bevelen, by desen, den generaelmeesters van de munten van herwertsover dat zy, op de nacvolgende ordinantie ende instructie, sullen doen slaen ende maken, in den ierstentwee goude ende zess zilvere penningen, te weten : eenen gouden penninck, die men noemen zal den dobbelen nederlandschen gulden, van twintich karaeten fyn gouts in alloy ende van eenentachtentich ende zeventhien achtendertichste gedeelte van eenen penninck in de snede int troeyssche marck, ter remedien van een greyn fyn gouts in alloye, ende drye quart van eenen engelsschen ten gewichte op elck merck, werex zonder eenige meerder remedie in gewichte oft alloye, welcken penninck gealieert zal wordden mit twee karaten fyn zilvers ende twee karaten copers, die loop ende cours hebben sal voir veertich stuyvers van den nyeuwen slage, van welcke penningen men maken zal vuyt een marck fyn gouts van vierentwintich karaten zeven ende negentich ende veerthien negenthienste gedeelte van eenen penninck; ende noch eenen anderen gouden penninck, die men noemen zal den inckelen nederlantschen gulden, van hondert tweentzestich ende zeventhien negenthienste gedeelte van eenen penninck inde snede int troeyssche marck, oick van twintich karraeten fyn gouts in alloy geallieert ende ter remedien als boven, die loop ende cours hebben zal voir twintich stuyvers nyeuwer munten, Van Welcken penningen men maken ende slaen sal vuyt een marck fyn gouts van vierentwintich karaeten hondert ende vyffentnegentich ende negen negenthienste gedeelte van cenen penninck ; ende sullen die particuliermeesters de voirschréven penningen doen maken schoon, ront, wel gemunt ende van gelycken gewichte, waeraff nyet meer en sullen wesen dan drye lichte ende drye zwaere op elck merck werex , te wetene : die drye lichte ende drye zware elck een aesken lichter oft zwaerder dan trechte gewichte, zonder meer op elck merek werex; ende sullen oyck de particuliermeesters gehouden wesen den coopluyden ende leverers te betaelen voir elck merck fyn gouts van vierentwintich karaeten dat in de selve penningen geconverteert zal wordden dertich ponden acht schellingen vlaems, ende voir vier karaet negen ende drye vyffde deelen van een grein alloys van zess penningen fyn zilvers om den selven penningen te allieren vyff schellingen drye groten vlaems, behoudelyck dat igout compt op den voet van de voirschreve penningen; alzoo blyfter voir seignorage, brassaige, andere oncosten
Le fl N NE #4.
D Pan
ende reserve van Zyner Majesteyt cen pondt achthien schellingen, drye grooten, tweentwintich myten ende tweenveertich zevenenvyfitichste gedeelte van een myte vlaems, te weten : voir die reserve van Zyne Majesteyt een pondt, twelff schellingen, zeven grooten, zeventhien myten ende tweenveertich zevenenvyfltichste gedeelte van een myte vlaems, alzoo blyfter voir seignorage, brassaige ende andere oncosten van den meester vyff schellingen, acht grooten ende vyf myten vlaems nyeuwer munten. Ende, tot geriefsaemheyt vanden gemeynte, sullen insgelyex die particuliermeesters gehouden wesen, wanneer zy vier hondert merck dobbele guldens gemaect zullen hebben, daertegens te maken een hondert merck vande enckele vande voirschreve guldens, altyts nae advenant het vierendeel, ende dat op de pene van twintich stuyvers te verbueren op elck merk werex daeroff hy in faulte van dien, ter oepeninge vander bussen, bevonden sal wordden, alles tot Zyner Majesteyts proffyte, ten waere die materie der selver Majesteyt competeerde. Voirts zullen de voirschreve generaelmeesters noch doen slaen ende maken vier zilvere penningen, gelyck hier nae volght : eerst eenen zilveren penninck diemen noemen zal een zesthien stuyvers penninck, van negen penningen fyns zilvere int alloy, ende van zesthiene ende een zesthienste deel van eenen penninek in de snede int troeyssche marck ter remedien, van een grein fyn ziiver int alloy ende eenen ingelschen int gewichte op elck merck werex, zonder meer, die cours ende loop hebben zal voir zesthien stuyvers van den nyeuwen slagen, van welcke penningen men maken ende slaen sal, vuyt een merck fyn zylvers van twelff penningen, eenentwintich ende vyfftwelfste deelen van eenen penninck ; item noch zal men maken eenen anderen zilveren penninck van gelyck alloy, wesende de helfft van den voirgaenden zesthien stuyvers penninck, van tweendertich ende een achste deel van eenen penninck in de snede int troeyssche marck ter remedien, int gewichte ende alloy als boven, die cours ende loop hebben sal voir acht der voirschreve stuvers, van welcke penningen men maken ende slaen zal, vuyt een merck fyn zilvers van twelff penningen, tweenveertich ende vyff zeste deelen van eenen penninck; item noch sal men maken eenen anderen zilveren penninek van gelyck alloy, wesende tvierendeel vande voirschreve zesthien stuyvers penninck van vierentzestich ende een vierendeel, van eenen penninck in de snede int troeyssche merck, ter remedien in gewichte ende alloy als boven, die cours ende
loop hebben zal voir vier stuyvers vanden voirschreven nyeuwen slage, van welcke
penningen men maken ende slaen sal, vuyt een merck fyn zilvers van twelff penningen, vyffentachtentieh ende tweederdeelen van eenen penninek; item noch sal men maken eenen anderen zilveren penninck van gelycken alloy, wesende het achste deel vanden voirschreven zesthien stuyvers penninck, van hondert achtentwintich ende een half in de snede int troeyssche merck, ter remedien int gewichte ende alloy als boven, die cours ende loop hebben sal voir twee stuyvers van den nyeuwen slage, van welcke penningen men maken ende slaen sal, vuyt een merck fyn zilvers, hondert cenentzeventich ende een derdendeel van eenen penninck. Welcke voirschreve vier penningen de particulicrmeesters sullen doen maecken schoon, ront ende wel gemunt ende van gelycken gewichte, waeraff nyet meer en sullen mogen wesen dan drye lichte ende drye zware op elck merck werex, se weten : de drye lichteelek een deusken lichter dan trechte gewichte, ende de drye zwere elck een deusken zwader dan trechte gewichte, op den zesthien stuyvers penninck, ende op de drye andere penningen elck een aesken zwaerder oft lichter dan trechte gewichte. Ende sullen die voirschreve particuliermeesters gehouden wesen den coopluyden ende wisselers te betaelen, voir elck merck fyn zilvers van twelff penningen dat in de voirschreve penningen zal geconverteert wordden. tweenvyftich schellingen, zess grooten vlaems, behoudelyck dat tvoirschreve zilver compt op den voet vande voirschreve penningen ; alzoo blyfter voir seignorage, brassage ende reserve voir Zyne Majesteyt vier schellingen, zeven grooten, acht myten vlaems; te weten : drye schellingen, zesse grooten voir de reserve van Zyne Majesteyt, ende de resterende derthien grooten acht myten voir seignorage ende andere oncosten van den meester. Ende tot geriefsaemheyt van de gemeynte sullen die particuliermeesters gehouden wesen z00, wanneer zy vier hondert merck van de voirschreve zesthien ende acht stuyvers penningen gemaect zullen hebben, daertegens oick te moeten maecken hondert merck vande vier ende twee stuyvers penningen, altyts nae advenant het vierendeel; ende dat op de pene van eenen schellinck vlaems te verbueren op elck merck wercx, daeraff zy in faulte van dien ter oepeninge vande bussen bevonden sullen wordden, alles tot Zynder Majesteyts proffyte, ten waere dat die materie Zyne Majesteyt competeerde. Noch sullen die voirschreven generaelmeesters doen slaen ende munten twee silvere penningen van harde materie, op de naevolgende ordinancie ende instructie : eerste eenen penninck van twee grooten vlaems, die men noemen
sal den nyeuwen stuyver, houdende vier penningen fyn zilvers in alloy, ende van hondert ende vyffthien der selver stucken in de snede in troeyssche merck, ter remedien van een grein fyn zilvers in alloy ende eenen ende een halff ingelschen in gewichte op elck merck werex, die cours ende loop hebben zal voir twee grooten vlaems, van welcke penningen men maken ende slaen zal, vuyt een merck fyn zilvers houdende twelf penningen; drye hondert ende vyffenveertich der selver stucken oft penningen; item noch sal men maken eenen anderen zilveren penninck van gelyck alloy, wesende de helft vanden voirschreven nyeuwen stuver, van twee hondert ende dertich der selver stucken in de snede in troeyssche merck, ter remedien van een grein fyn zilvers in alloy ende van drye engelschen in gewichte op elck merck werex, zonder eenige meerdere remedie in gewichte oft alloy, die loop ende cours hebben sal voir eenen halven stuver oft eenen grooten vlaems, van welcke penningen men maken ende slaen sal, vuyt een merck fyn zilvers houdende twelf penningen, zesse hondert ende tnegentich der selver stucken oft penningen. Welcke voirschreve twee penningen die particuliermeesters sullen doen maken schoon, ront ende wel gemunt ende van gelycke gewichte, waeraff nyet meer en sullen mogen wesen vande voirschreve stuvers dan drye lichte ende drye zware op elck merck werex, ende vande halve stuvers zesse lichte ende zesse zware, elck een deusken lichter oft zwarder dan trechte gewichte. Ende zullen die particuliermeesters gehouden wesen te betaelen de coopluder ende wisselers, voir elck merck fyn zilvers houden twelff penningen, dat inde voirschreve penningen zal geconverteert wordden, tweenvyftich schellingen vlaems, behoudelyk dat tzilver goet genoech zy om die voirschreve penningen te maken. Alzoo blyfter voir seignorage, brassaige, andere oncosten ende reserve voir Zyne Majesteyt vyff schellingen ende zesse grooten vlaems, te weten : drye schellingen, vier grooten voir die reserve van Zyne Majesteyt, ende die resterende twee schellingen ende twee grooten vlaems voir seignorage ende andere oncosten van de meesters; welverstaende dat die voirschreven muntmeesters gehouden ende schuldich zullen wesen alle die herte materie commende onder die zeven penningen ende thien greynen fyn zilvers te converteren inde voirschreven stuyvers ende halve stuyvers, op de pene van eenen schellinck vlaems te verbueren, daeraff zy ter oepeninge vander busse in faulte bevonden sullen wordden, tot proffyte van
Zyn Majesteyt. Ende overmidtz tgroot gebreck van cleynen gelde ende. op dat
de gemeynte daer van te beter gerieft zoude wordden, sullen die: partüculiermeesters noch gehouden wesen, wanner zy vier hondert merck van de voirschreven stuyvers gemaect zullen hebben, daertegens oyck te moeten maken een hondert merck vande half stuyvers, ende dat op de voirschreve péne van eenen schellinck vlaems te verbueren op elck merck werex tot proffyte van Zyne Majesteyt als boven. Ende voorts meer wordt den selven generaels bevolen, van wegen Zyner Majesteyt, dat zy die voirschreven particuliermeesters, officiers, werckluyden ende munters in dien hebben ende bedwingen, elck int zynen, alle debvoir ende neersticheyt te doene, dat die voirschreven penningen ende alle andere die men voirtaen slaen ende munten sal, wel gemaect ende gemunt worden, ende zunderlinge dat de yzers wel gegraveert zyn; ende voorts in alles hen te quyten zoo dat behoort, naevolgende dordinantie ende instructie daerop gemaect, ende alnoch te maken, op pene dat die gene, die negligent zyn ende daerduere die faulten commen, gepunyeert ende gestraeft zullen wordde, ten exempel van anderen; ende indyen zy hen nyet beteren en willen, dat by Zyner Majesteyt andere in hun plaetse gestelt zullen wordden, daertoe ende tot alle tgene des voirschreven is, men de voirnoemde generaels vande munten van wegen Zyner Majesteyt geauctoriseert heeft ende auctoriseert by desen. Gedaen te Bruessele den xvi} dach van januario xv° zevenentzeventich. Onder staet gescreven : ter ordinantie van mynen voirschreven heeren van den Rade van State, geteekent : D'Overloepe, Phles de Croy, G. Schetz, 3. Damhoudere ende D'Oyenbrugghe.
On lit au bas de cette ordonnance : Acte pour Melchior Vanden Perre et Jacques Van Bylant, généraulx des monnoyes, pour estre présents à la délivrance des cendrées et lingotz venuz d'Angleterre, et en tenir compte du poix et juste alloy.
Au jourd'huy xviij° jour de janvier xv° soixante-dix-sept, les estats généraulx des Pays-Bas, assamblez à Bruxelles, ont commis et commettent, par cestes, Melchior Vanden Perre et Jacques Van Bylant, généraulx des monnoiïies de Sa Majesté de pardecha, afin de se trouver là où que, en présence des commis par messeigneurs de la Chambre des Comptes en Brabant, l'ambassadeur de la royne d'Angleterre
fera la délivrance des cendrées ou lingotz d'argent venuz d'Angleterre, et de tenir
{ ' | ê Le î
le compte du poix et juste alloy pour rendre semblable prijs et valeur. Fait au dit Bruxelles les an et jour que dessus. Dessubz est escrit moy présent et par charge
expresse des dits seigneurs des Estats et signé Cornelius Weelmans,
Extrait du registre aux Chartes et octrois de la chambre des comptes de Brabant, commencant au mois de février 1574, style de Brabant, et finissant le7 septembre 1584, coté n° 141 de l'inventaire imprimé des registres de la chambre des comptes, fol. 26 vo, (Archives de l'État à Bruxelles.)